donderdag 15 september 2011

Doe eens beter je best! vs. Ik zie dat je je best doet


Wat is het effect van de attributiestrategie in vergelijking met de overtuigingsstrategie? Eerst de definities: attribueren is ‘iets toeschrijven aan’. Bijvoorbeeld een eigenschap aan iemand toeschrijven, of een oorzaak van een gebeurtenis ergens neerleggen. Overtuigen – in dit verband – is iemand ferm toespreken en daarmee overtuigen om ander gedrag te vertonen.

Bijvoorbeeld:
Een aantal klassen krijgen snoepjes uitgedeeld die in een papiertje zitten. Daarna wordt geteld hoeveel snoeppapiertjes op de grond liggen. Dat is de nulmeting van het netheidsniveau van de klas. Liggen er 15 papiertjes van 30 leerlingen, dan is het netheidsniveau 50%.

De helft van de klassen wordt vervolgens getracht op te voeden met de overtuigingsstrategie: “jullie moeten netter zijn”, “jullie moeten beter je best doen”, “gooi je papiertjes niet op de grond”, “hé, wat zie ik daar? Pak dat eens op”. Dus eigenlijk alles wat iedereen die met pubers te maken heeft zichzelf regelmatig hoort doen: preken, corrigeren, toespreken. De andere helft wordt opgevoed met de attributiestrategie: “jullie zijn eigenlijk best netjes”, “ik zie dat je je best doet”, “dit is een nette school en jullie horen bij de netste klassen in die school”.

Twee maanden later wordt de nulmeting herhaald: de kinderen die met de attributietheorie ‘behandeld’ waren zijn netter geworden dan de andere groep. En het mooie is, dat werkt niet alleen met snoeppapiertjes, maar ook met rekenvaardigheid: de kinderen tegen wie dingen gezegd waren als ‘ik zie dat je je best doet’, ‘je kunt rekenen’, ‘ik zie dat je het nog een keer nakijkt voor je het inlevert’ deden het beter dan de kinderen aan wie verteld werd ‘je moet ook beter je best doen’, ‘rekenen is niet je sterke kant’, ‘je moet het ook nakijken voor je het inlevert'.

LINKS
* Meer lezen over snoeppapiertjes op de grond? ...
* Ruim je troep op! ...



Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen