Soms plakken we ze het liefst achter het behang.
Want tot ergernis en wanhoop van veel volwassenen gaan pubers soms onnavolgbaar hun eigen gang. Ze kunnen eindeloos doorzeuren om hun zin te krijgen. Nooit op tijd hun bed uit en vergroeid met de smartphone. Help!
Don't worry: het ligt niet aan u. De pubertijd is nu eenmaal een periode van grote veranderingen. Of we willen of niet, die maken ze gewoon door. Het is een praktijkschool voor volwassen worden, en dat leren ze door ervaring, met vallen en opstaan. Dus ga er niet ontmoedigd bij staan kijken, doe er wat aan: word coach.
Voor iedereen die worstelt met de eigen, aardige eigenaardigheden van pubers, heeft De Loef de belangrijkste kenmerken in een boekje gezet. Sinds 2009 vertellen we in presentaties en workshops door het land over wat pubers beweegt, en hoe ze in beweging te krijgen. Recente wetenschappelijke bevindingen onthullen ons namelijk heel wat over wat er in die koppies omgaat. Dat maakt het pubergedrag een stuk begrijpelijker. Zodat we beter kunnen bepalen welke reactie en aanpak resultaat oplevert - en welke niet.
'Het Puberbrein - de missende handleiding' somt onder twintig kopjes compact de belangrijkste kenmerken op van wat er in de puberteit aan de hand is, en hoe we dat kunnen plaatsen. Een soort Quickstart Guide voor iedereen die met pubers te maken heeft als kind, student of collega.
Zodat, als u straks in werk of gezin weer te maken krijgt met die wonderlijke capriolen, u niet een vertwijfeld gezicht hoeft op te zetten: 'Help, een puber!' Maar dat u in plaats daarvan met een geruststellend gevoel van herkenning kunt glimlachen en denken: 'Aha, een puber. Die snap ik.'
LINKS
* Het puberbrein - de missende handleiding. Onze nieuwe uitgave...
* Ze kunnen hun kamer best opruimen, weet Eveline Crone, de autoriteit bij uitstek als het om puberbreinen gaat...
Posts tonen met het label coaching. Alle posts tonen
Posts tonen met het label coaching. Alle posts tonen
zondag 10 november 2013
vrijdag 31 mei 2013
De Eerste Wet van het werk
De beste lessen staan niet altijd in het lesboek.
Althans: niet letterlijk. Om ze te vinden moet je echter wel aan de tekst beginnen. Dan blinkt er ineens een pareltje tussen de regels. Hebbes!
Zo was ik op 31 mei bij de presentatie van het boek 'Toolkit Procesregie' van Dees van Oosterhout en Thea Draijer. Een handig boek met bruikbare werkvormen -die de auteurs dan weer 'technieken' noemen- voor procesregie. Momentje, ho even, niet-procesregisseurs onder ons: niet direct afhaken. Veel werk met mensen is de laatste jaren sterk op elkaar gaan lijken, of je nou onderwijst, traint, stuurt, procesmanaged of je leesclub wat efficienter georganiseerd wil krijgen. De technieken van procesregie zijn in alle gevallen meer dan handig. Niet alleen mensen in beweging zien te krijgen (dat kan natuurlijk ook met een kwartiertje de bal overgooien), maar daadwerkelijk een gewenst resultaat bereiken. Dat laatste maakt het uiteraard net even leuker. Wat is het belangrijkste ingredient van zo'n werkvo... eh, techniek?
De presentatie werd omlijst door twee presentaties die wat dat betreft naadloos op elkaar aansloten. De voorzet komt uit de eerste, van de Amerikaans-Indiase trainersguru Thiagi, inspirator van de auteur. In een masterclass van een uur reizen bankbiljetten en briefjes door de zaal, tweeten, rijmen en declameren de aanwezigen, onderwijl door Thiagi voorzien van anekdotes, grappen en puzzels uit de praktijk. Naast me vraagt iemand fluisterend of ik nog weet waar dit eigenlijk over gaat. Alsof hij de vraag voelt, sluit Thiagi de sessie af met:" Lectures are not about delivering information. Let people do things. Lectures are about creating engagement." Zet mensen aan het werk met het onderwerp. Laat ze rommelen, onderzoeken, oplossen, snuffelen en wandelen. Daarvan leren ze echt iets. Met alleen jou aan het woord, zijn ze na tien minuten weg.
Mooi gezegd, maar dit is een gemakkelijke situatie. De aanwezigen betalen om hier te mogen zijn. Ze zijn een dagje uit, willen vermaakt worden. Die slikken alles waar Thiagi mee aan komt. Hoe doe je dat in situaties waarin de stemming grimmiger is? Waar de problemen serieus zijn, er banen op de tocht staan, er conflicten uit de hand lopen of de directeur stoelen naar het hoofd krijgt? Hoe krijgt een buitenstaander (wat die trainer meestal is) in zo'n situatie de mensen dan 'mee'? Het antwoord komt uit de presentatie van auteur Van Oosterhout zelf. Eerst illustreert ze de moeilijkheid van het vak met een fragment uit 'a Star is Born'. Daarin moet Barbara Streisand als onervaren zangeres voor een joelende zaal het nummer 'The woman in the moon' inzetten, een breekbaar lied. Je ziet de twijfel, de plankenkoorts, de vrees voor het mogelijk echec. Streisand haalt diep adem, pakt dan door: god zegene de greep. 'Plunge right in', stelt Van Oosterhout daarna terecht. Lastige situaties, daar moet je maar gewoon voluit in duiken. 'Laat zien dat je durft. Ga ervoor.' En als demonstratie pakt ze vervolgens zelf de microfoon en zet 'The woman in de the moon'in. Zonder begeleiding, voluit. Zichtbaar nerveus, maar vastbesloten de vreesgrens te passeren.
We verwachten nogal wat van mensen tegenwoordig. In deze dynamische wereld moeten ze mee- en samenwerken, meedenken, meeveranderen en andere richtingen inslaan, om in steeds wisselende omstandigheden het hoofd te bieden aan nieuwe problemen, obstakels, tekorten en uitdagingen. Dat vraagt nogal wat van ze. Maar als je van andere mensen commitment wilt, laat dan eerst zien dat je dat zelf ook hebt. Practice what you preach.
Mr Sulu, make it so.
Engage!
LINKS
* Donkere zaal, levendig publiek: Barbara Streisand zet 'The woman in the moon'in...
* Oude rot Thiagi zet overal op de wereld mensen in beweging...
* 'Let's see what's out there'. Bij Star Trek weten ze pas wat engagement is...
Althans: niet letterlijk. Om ze te vinden moet je echter wel aan de tekst beginnen. Dan blinkt er ineens een pareltje tussen de regels. Hebbes!
Zo was ik op 31 mei bij de presentatie van het boek 'Toolkit Procesregie' van Dees van Oosterhout en Thea Draijer. Een handig boek met bruikbare werkvormen -die de auteurs dan weer 'technieken' noemen- voor procesregie. Momentje, ho even, niet-procesregisseurs onder ons: niet direct afhaken. Veel werk met mensen is de laatste jaren sterk op elkaar gaan lijken, of je nou onderwijst, traint, stuurt, procesmanaged of je leesclub wat efficienter georganiseerd wil krijgen. De technieken van procesregie zijn in alle gevallen meer dan handig. Niet alleen mensen in beweging zien te krijgen (dat kan natuurlijk ook met een kwartiertje de bal overgooien), maar daadwerkelijk een gewenst resultaat bereiken. Dat laatste maakt het uiteraard net even leuker. Wat is het belangrijkste ingredient van zo'n werkvo... eh, techniek?
De presentatie werd omlijst door twee presentaties die wat dat betreft naadloos op elkaar aansloten. De voorzet komt uit de eerste, van de Amerikaans-Indiase trainersguru Thiagi, inspirator van de auteur. In een masterclass van een uur reizen bankbiljetten en briefjes door de zaal, tweeten, rijmen en declameren de aanwezigen, onderwijl door Thiagi voorzien van anekdotes, grappen en puzzels uit de praktijk. Naast me vraagt iemand fluisterend of ik nog weet waar dit eigenlijk over gaat. Alsof hij de vraag voelt, sluit Thiagi de sessie af met:" Lectures are not about delivering information. Let people do things. Lectures are about creating engagement." Zet mensen aan het werk met het onderwerp. Laat ze rommelen, onderzoeken, oplossen, snuffelen en wandelen. Daarvan leren ze echt iets. Met alleen jou aan het woord, zijn ze na tien minuten weg.
Mooi gezegd, maar dit is een gemakkelijke situatie. De aanwezigen betalen om hier te mogen zijn. Ze zijn een dagje uit, willen vermaakt worden. Die slikken alles waar Thiagi mee aan komt. Hoe doe je dat in situaties waarin de stemming grimmiger is? Waar de problemen serieus zijn, er banen op de tocht staan, er conflicten uit de hand lopen of de directeur stoelen naar het hoofd krijgt? Hoe krijgt een buitenstaander (wat die trainer meestal is) in zo'n situatie de mensen dan 'mee'? Het antwoord komt uit de presentatie van auteur Van Oosterhout zelf. Eerst illustreert ze de moeilijkheid van het vak met een fragment uit 'a Star is Born'. Daarin moet Barbara Streisand als onervaren zangeres voor een joelende zaal het nummer 'The woman in the moon' inzetten, een breekbaar lied. Je ziet de twijfel, de plankenkoorts, de vrees voor het mogelijk echec. Streisand haalt diep adem, pakt dan door: god zegene de greep. 'Plunge right in', stelt Van Oosterhout daarna terecht. Lastige situaties, daar moet je maar gewoon voluit in duiken. 'Laat zien dat je durft. Ga ervoor.' En als demonstratie pakt ze vervolgens zelf de microfoon en zet 'The woman in de the moon'in. Zonder begeleiding, voluit. Zichtbaar nerveus, maar vastbesloten de vreesgrens te passeren.
We verwachten nogal wat van mensen tegenwoordig. In deze dynamische wereld moeten ze mee- en samenwerken, meedenken, meeveranderen en andere richtingen inslaan, om in steeds wisselende omstandigheden het hoofd te bieden aan nieuwe problemen, obstakels, tekorten en uitdagingen. Dat vraagt nogal wat van ze. Maar als je van andere mensen commitment wilt, laat dan eerst zien dat je dat zelf ook hebt. Practice what you preach.
Mr Sulu, make it so.
Engage!
LINKS
* Donkere zaal, levendig publiek: Barbara Streisand zet 'The woman in the moon'in...
* Oude rot Thiagi zet overal op de wereld mensen in beweging...
* 'Let's see what's out there'. Bij Star Trek weten ze pas wat engagement is...
vrijdag 10 augustus 2012
Ruis op de lijn
Wat zeg je? Hoor je me nog? Jij klinkt nu als een robot!
Allemaal uitspraken die we tegenwoordig regelmatig horen en als we ze horen weten we, er is ruis op de lijn. Het bijzondere is dat we ondanks deze ruis vaak toch blijven proberen het gesprek te blijven voeren. Zou het niet beter zijn om de verbinding te verbreken en opnieuw contact te zoeken?
Dit voorbeeld is synoniem voor hoe wij mensen met elkaar communiceren. Er kan steeds van alles mis gaan, er is eigenlijk continu 'gevaar' voor een ruis op de lijn. Die ruis hebben we tegenwoordig niet alleen als we face to face met elkaar communiceren. Met alle social media is een pingetje, whats app, mail of sms snel verstuurd. En je had toch echt goed uitgelegd wat je bedoelde maar hoe komt het dan dat door jouw goed bedoelde opmerking, de ander nu laaiend is? Kortom: communiceren met een ruis is niet fijn. De vraag is dan natuurlijk, hoe kunnen we deze ruis zoveel mogelijk beperken?
F. Schulz von Thun vertelt dat ons innerlijke team daarbij kan helpen. Een innerlijk team ziet hij als een verzameling van alle stemmetjes die tezamen in je gedachten een rol spelen bij het nemen van een beslissing. Stel dat een collega van je zegt: ‘Mag ik jouw programma voor die communicatietraining van je lenen? Je hebt daar zoiets moois van gemaakt en ik heb zelf helemaal geen tijd gehad om dat onderwerp goed uit te werken.’ Onmiddellijk hoor je twee stemmen in jezelf praten. De een zegt: "Natuurlijk krijg je mijn programma. Fijn dat ik je helpen kan en wat leuk dat je mij dat vraagt!" De andere stem zegt:"Wat krijgen we nou? Ik heb me daar een ongeluk aan gewerkt en dan uitlenen? Ik heb het allemaal in mijn vrije tijd gemaakt en dan ga jij met de eer strijken. Zoek het zelf maar uit!"
Natuurlijk praten en strijden er meer stemmen in je hoofd als je verder vraagt. De stem die zegt: uitlenen is goed voor mijn carrière. De stem die collegialiteit hoog in het vaandel heeft. Een stem die zegt: nu kan ik eindelijk iets terugdoen. Of: jij hebt mij vorige keer te pakken genomen, nu help ik jou niet (de stem van de wraak). En de stem die zegt: laat haar nog een dagje smeken, iets dankbaarder mag wel.
Kiezen is een dilemma en met behulp van dit hele innerlijke theater kun je in beeld brengen en bespreken welke stemmen het voortouw nemen bij de beslissing. Dus ken je innerlijk team en beperk de ruis!
LINKS
* Peter Koelewijn, ruis op de lijn...
* Hoe bedoelt u? Door Schulz von Thun...
Allemaal uitspraken die we tegenwoordig regelmatig horen en als we ze horen weten we, er is ruis op de lijn. Het bijzondere is dat we ondanks deze ruis vaak toch blijven proberen het gesprek te blijven voeren. Zou het niet beter zijn om de verbinding te verbreken en opnieuw contact te zoeken?
Dit voorbeeld is synoniem voor hoe wij mensen met elkaar communiceren. Er kan steeds van alles mis gaan, er is eigenlijk continu 'gevaar' voor een ruis op de lijn. Die ruis hebben we tegenwoordig niet alleen als we face to face met elkaar communiceren. Met alle social media is een pingetje, whats app, mail of sms snel verstuurd. En je had toch echt goed uitgelegd wat je bedoelde maar hoe komt het dan dat door jouw goed bedoelde opmerking, de ander nu laaiend is? Kortom: communiceren met een ruis is niet fijn. De vraag is dan natuurlijk, hoe kunnen we deze ruis zoveel mogelijk beperken?
F. Schulz von Thun vertelt dat ons innerlijke team daarbij kan helpen. Een innerlijk team ziet hij als een verzameling van alle stemmetjes die tezamen in je gedachten een rol spelen bij het nemen van een beslissing. Stel dat een collega van je zegt: ‘Mag ik jouw programma voor die communicatietraining van je lenen? Je hebt daar zoiets moois van gemaakt en ik heb zelf helemaal geen tijd gehad om dat onderwerp goed uit te werken.’ Onmiddellijk hoor je twee stemmen in jezelf praten. De een zegt: "Natuurlijk krijg je mijn programma. Fijn dat ik je helpen kan en wat leuk dat je mij dat vraagt!" De andere stem zegt:"Wat krijgen we nou? Ik heb me daar een ongeluk aan gewerkt en dan uitlenen? Ik heb het allemaal in mijn vrije tijd gemaakt en dan ga jij met de eer strijken. Zoek het zelf maar uit!"
Natuurlijk praten en strijden er meer stemmen in je hoofd als je verder vraagt. De stem die zegt: uitlenen is goed voor mijn carrière. De stem die collegialiteit hoog in het vaandel heeft. Een stem die zegt: nu kan ik eindelijk iets terugdoen. Of: jij hebt mij vorige keer te pakken genomen, nu help ik jou niet (de stem van de wraak). En de stem die zegt: laat haar nog een dagje smeken, iets dankbaarder mag wel.
Kiezen is een dilemma en met behulp van dit hele innerlijke theater kun je in beeld brengen en bespreken welke stemmen het voortouw nemen bij de beslissing. Dus ken je innerlijk team en beperk de ruis!
LINKS
* Peter Koelewijn, ruis op de lijn...
* Hoe bedoelt u? Door Schulz von Thun...
woensdag 6 juni 2012
Waarom werk ik eigenlijk?
Waarom schrijf ik dit?
Kan ik niet beter gaan chillen op een random plek, of vanaf een terras lekker loom mensen kijken op het Leidseplein? Heeft dit zin? Bereik ik er wat mee?
Misschien had u het al geraden, maar ik lees op dit moment 'Waarom werken wij' door Frank van Luijk (Van Gorcum, 2011). Dat verklaart die vragen hierboven. Overigens had ik er ook zonder Luijk's boek en die eeuwige terugkeer van het arbeidsethos en Maslow al een antwoord op: werken is vooral erg leuk. Stel dat ik het niet zou doen, dan zou ik toch allerlei activiteiten ondernemen die wel heel erg lijken op wat nu mijn werk is. Kortom, werk is een logische vorm om alles wat ik kan en weet aan het werk te zetten. Net zoals het voor een sporter prettig is om de eigen fysieke mogelijkheden steeds beter onder controle te krijgen en als gevolg daarvan steeds scherpere prestaties te kunnen neerzetten, vind ik het spannend om situaties richting te geven die met mijn opleiding, voorkeur, talent en contacten te maken hebben. Ik vermoed dat ook mijn werk het soort endorfine ontwikkelt waar sporters zo lekker op gaan.
Ho nou, werpt u misschien tegen: voor veel mensen is werk een noodzaak om voedsel te verwerven, om een gezin te onderhouden, om te overleven. Inderdaad, dat is iets anders, zoals er ook verschillende soorten werk zijn. Wat alle werk echter gemeen heeft, is dat het mensen aanleiding geeft om na te denken over wat ze willen. Je werk is het mooiste dat er is, of je wilt juist iets heel anders. Een dag vakantiewerk in de supermarkt, en ik wist zeker dat ik zoiets niet wilde. Zo is werk zelf de ultieme arbeidscoach, een krachtige stimulans om je te ontwikkelen.
Dus waarom werken we eigenlijk? Ik denk omdat het mooiste dat mensen kunnen doen, is zichzelf ontwikkelen, enigszins sturen waar ze naartoe willen. In die beweging is werk niet het doel, maar wel de brandstof. Het brengt ons in beweging. Het houdt ons bij de les.
LINKS
* 'Waarom werken we eigenlijk'- door Frank van Luijk...
* Verkeerdom: in plaats van leerverschaffing deden ze vroeger aan werkverschaffing...
Kan ik niet beter gaan chillen op een random plek, of vanaf een terras lekker loom mensen kijken op het Leidseplein? Heeft dit zin? Bereik ik er wat mee?
Misschien had u het al geraden, maar ik lees op dit moment 'Waarom werken wij' door Frank van Luijk (Van Gorcum, 2011). Dat verklaart die vragen hierboven. Overigens had ik er ook zonder Luijk's boek en die eeuwige terugkeer van het arbeidsethos en Maslow al een antwoord op: werken is vooral erg leuk. Stel dat ik het niet zou doen, dan zou ik toch allerlei activiteiten ondernemen die wel heel erg lijken op wat nu mijn werk is. Kortom, werk is een logische vorm om alles wat ik kan en weet aan het werk te zetten. Net zoals het voor een sporter prettig is om de eigen fysieke mogelijkheden steeds beter onder controle te krijgen en als gevolg daarvan steeds scherpere prestaties te kunnen neerzetten, vind ik het spannend om situaties richting te geven die met mijn opleiding, voorkeur, talent en contacten te maken hebben. Ik vermoed dat ook mijn werk het soort endorfine ontwikkelt waar sporters zo lekker op gaan.
Ho nou, werpt u misschien tegen: voor veel mensen is werk een noodzaak om voedsel te verwerven, om een gezin te onderhouden, om te overleven. Inderdaad, dat is iets anders, zoals er ook verschillende soorten werk zijn. Wat alle werk echter gemeen heeft, is dat het mensen aanleiding geeft om na te denken over wat ze willen. Je werk is het mooiste dat er is, of je wilt juist iets heel anders. Een dag vakantiewerk in de supermarkt, en ik wist zeker dat ik zoiets niet wilde. Zo is werk zelf de ultieme arbeidscoach, een krachtige stimulans om je te ontwikkelen.
Dus waarom werken we eigenlijk? Ik denk omdat het mooiste dat mensen kunnen doen, is zichzelf ontwikkelen, enigszins sturen waar ze naartoe willen. In die beweging is werk niet het doel, maar wel de brandstof. Het brengt ons in beweging. Het houdt ons bij de les.
LINKS
* 'Waarom werken we eigenlijk'- door Frank van Luijk...
* Verkeerdom: in plaats van leerverschaffing deden ze vroeger aan werkverschaffing...
zondag 29 april 2012
Wat hoor ik daar??
In een gesprek met een klant krijgen we vaak een stroom informatie. Hoe filter ik daaruit wat mij helpt mijn doel te bereiken? En in zo'n gesprek komen ook allemaal interessante belangrijke onderwerpen voorbij waar ik wat over wil zeggen, maar waar start ik dan? Eigenlijk is het simpel: het gaat niet om de vraag die ik stel, maar om het antwoord dat ik wil horen. Dat antwoord is het filter dat ik gebruik om te luisteren. En wat hoor ik dan precies, hoe helpt me dat dan?
Zoeken naar goede aanknopingspunten om je gesprek te voeren naar een punt waar zowel jij als de klant er baat bij hebben is een kunst, maar valt goed te leren. Een kunst, geen kunstje, want voor elk gesprek moet je je opnieuw open kunnen stellen om goed ontvankelijk te zijn voor wat er gezegd wordt en de sfeer waarin het gezegd wordt. Verschillende mensen vragen om verschillende reacties, en andere situaties vragen om andere filters.
Social Media is zo'n andere situatie. Het zijn betrekkelijk nieuwe media voor bedrijven om naar hun klanten te luisteren, en het gesprek met ze aan te gaan. Maar wat voor 'het echie' geldt, geldt ook hier: goed luisteren en kijken hoe je effectief kunt filteren. Bij Coca-Cola gebruiken ze al jaren social media voor de dialoog met klanten, en dat leverde 3 Tips op van Natalie Johnson, Coca Cola's Digital Manager of Communications.
Ten eerste is het goed om je hoofdpunten nog eens te herformuleren. Online kan het over van alles gaan, maar voor meting, monitoring en sturing is het noodzakelijk om per merk een (beperkt) aantal hoofdpunten vast te stellen. Hetzelfde geldt voor je meetmethode: gebruik standaard meetwijzen die iedereen gebruikt, zodat je ook goed weet waar je naar kijkt, hoe het werkt en niet wordt afgeleid door allerhande zaken die je blik vertroebelen. En tenslotte: kijk wie er succesvol is in het voeren van gesprekken in dit medium, en laat hen nieuwe mensen trainen om hier ook goed in te worden.
Dat klinkt eenvoudig, en dat is het in principe ook. Weten waar je naar op zoek bent, goed signalen op kunnen pakken die daarop aansluiten en zin hebben om het gesprek aan te gaan. Veel meer heb je niet nodig, of het nou gaat om face to face dialogen, of online conversaties.
LINKS
* Luister Coca Cola's Natalie Johnson, over hun best practices rond social media conversations...
* Vooraan beginnen? Bekijk de Wiki-How 'How to Have a Great Conversation'...
Zoeken naar goede aanknopingspunten om je gesprek te voeren naar een punt waar zowel jij als de klant er baat bij hebben is een kunst, maar valt goed te leren. Een kunst, geen kunstje, want voor elk gesprek moet je je opnieuw open kunnen stellen om goed ontvankelijk te zijn voor wat er gezegd wordt en de sfeer waarin het gezegd wordt. Verschillende mensen vragen om verschillende reacties, en andere situaties vragen om andere filters.
Social Media is zo'n andere situatie. Het zijn betrekkelijk nieuwe media voor bedrijven om naar hun klanten te luisteren, en het gesprek met ze aan te gaan. Maar wat voor 'het echie' geldt, geldt ook hier: goed luisteren en kijken hoe je effectief kunt filteren. Bij Coca-Cola gebruiken ze al jaren social media voor de dialoog met klanten, en dat leverde 3 Tips op van Natalie Johnson, Coca Cola's Digital Manager of Communications.
Ten eerste is het goed om je hoofdpunten nog eens te herformuleren. Online kan het over van alles gaan, maar voor meting, monitoring en sturing is het noodzakelijk om per merk een (beperkt) aantal hoofdpunten vast te stellen. Hetzelfde geldt voor je meetmethode: gebruik standaard meetwijzen die iedereen gebruikt, zodat je ook goed weet waar je naar kijkt, hoe het werkt en niet wordt afgeleid door allerhande zaken die je blik vertroebelen. En tenslotte: kijk wie er succesvol is in het voeren van gesprekken in dit medium, en laat hen nieuwe mensen trainen om hier ook goed in te worden.
Dat klinkt eenvoudig, en dat is het in principe ook. Weten waar je naar op zoek bent, goed signalen op kunnen pakken die daarop aansluiten en zin hebben om het gesprek aan te gaan. Veel meer heb je niet nodig, of het nou gaat om face to face dialogen, of online conversaties.
LINKS
* Luister Coca Cola's Natalie Johnson, over hun best practices rond social media conversations...
* Vooraan beginnen? Bekijk de Wiki-How 'How to Have a Great Conversation'...
dinsdag 6 december 2011
Niet te volgen dit
Waarschijnlijk komt deze zin niet over bij u.
Want slechts 7% van onze communicatie komt van (gesproken) woorden, en de andere 93% is lichaamstaal, intonatie en dergelijke. Van de tekst tot nu toe zouden dan maar zo'n 7 letters bij u overkomen, wie weet alleen maar het woord 'niet'.
Ik zie ze nog regelmatig voorbij komen, die staatjes over welk deel van je communicatie effectief is, en welk deel niet. Terwijl we natuurlijk al lang weten dat iets ingewikkelds als je boodschap over laten komen geen kwestie is van een precies recept afwikkelen alsof het Ossobuco a la Latium is. Er is niet 1 recept voor effectieve communicatie, er zijn er talloze. Om niet te zeggen: oneindig veel.
Dat is overigens geen reden om te denken dat er helemaal geen regels bestaan. Laat die 7% woorden maar eens weg, en probeer dan als mime-speler 93% effectiviteit te bereiken. Knappe jongen/meid als je dat zomaar lukt. Waar het om gaat is dus niet het combineren van de juiste doses tot er een werkend communicatiedrankje ontstaat, maar om afhankelijk van de situatie een aantal factoren uit te spelen die mede het effect van je betoog bepalen. In onze cultuur van het geschreven woord wordt daarbij vaak wel erg zwaar op de kracht van de tekstuele inhoud geleund.
Overzichtjes met wat werkt in communicatie zouden ons ervan bewust moeten maken dat het nuttig kan zijn om eens op andere zaken te letten dan alleen die eeuwige inhoud. Een fijne blouse aantrekken waarin je je lekker voelt, een paar ontspannen praatjes vooraf met de aanwezigen, echt contact zoeken met de mensen die je wilt bereiken. Wat de staatjes in hun nuttige cijferdrift een beetje verhullen, is dat het niet zozeer jouw inhoudelijke zendcapaciteiten zijn die de doorslag geven, maar je vermogen om aan te sluiten bij de ontvankelijkheid van de ontvanger. Ik geef u op een briefje dat als we zo'n andersom schema zouden maken, die er ongeveer zo uit zou zien:
goed aanvoelen waar een ander mee bezig is en daarop aansluiten: effectiviteit 100%.
Dan maakt het niet uit of u dat doet met woord, beeld, gebaar, zang, dans, spel of een leuke tabel met percentages.
LINKS
* Over die 93% Non-verbale communicatie...
* 100 andere communicatiemiddelen om te gebruiken...
Want slechts 7% van onze communicatie komt van (gesproken) woorden, en de andere 93% is lichaamstaal, intonatie en dergelijke. Van de tekst tot nu toe zouden dan maar zo'n 7 letters bij u overkomen, wie weet alleen maar het woord 'niet'.
Ik zie ze nog regelmatig voorbij komen, die staatjes over welk deel van je communicatie effectief is, en welk deel niet. Terwijl we natuurlijk al lang weten dat iets ingewikkelds als je boodschap over laten komen geen kwestie is van een precies recept afwikkelen alsof het Ossobuco a la Latium is. Er is niet 1 recept voor effectieve communicatie, er zijn er talloze. Om niet te zeggen: oneindig veel.
Dat is overigens geen reden om te denken dat er helemaal geen regels bestaan. Laat die 7% woorden maar eens weg, en probeer dan als mime-speler 93% effectiviteit te bereiken. Knappe jongen/meid als je dat zomaar lukt. Waar het om gaat is dus niet het combineren van de juiste doses tot er een werkend communicatiedrankje ontstaat, maar om afhankelijk van de situatie een aantal factoren uit te spelen die mede het effect van je betoog bepalen. In onze cultuur van het geschreven woord wordt daarbij vaak wel erg zwaar op de kracht van de tekstuele inhoud geleund.
Overzichtjes met wat werkt in communicatie zouden ons ervan bewust moeten maken dat het nuttig kan zijn om eens op andere zaken te letten dan alleen die eeuwige inhoud. Een fijne blouse aantrekken waarin je je lekker voelt, een paar ontspannen praatjes vooraf met de aanwezigen, echt contact zoeken met de mensen die je wilt bereiken. Wat de staatjes in hun nuttige cijferdrift een beetje verhullen, is dat het niet zozeer jouw inhoudelijke zendcapaciteiten zijn die de doorslag geven, maar je vermogen om aan te sluiten bij de ontvankelijkheid van de ontvanger. Ik geef u op een briefje dat als we zo'n andersom schema zouden maken, die er ongeveer zo uit zou zien:
goed aanvoelen waar een ander mee bezig is en daarop aansluiten: effectiviteit 100%.
Dan maakt het niet uit of u dat doet met woord, beeld, gebaar, zang, dans, spel of een leuke tabel met percentages.
LINKS
* Over die 93% Non-verbale communicatie...
* 100 andere communicatiemiddelen om te gebruiken...
donderdag 10 november 2011
Efficiënt uit je neus eten.
Slecht nieuws voor efficiënte managers:
jullie zijn verkeerd bezig.
Dat heb ik gelukkig niet van mezelf, maar ook van anderen. Iemand als Bas Haring bijvoorbeeld, niet de eerste de beste. Haring is professor Filosofie op de Universiteit Leiden, en hij houdt regelmatig een pleidooi voor inefficiëntie. Goed weten wat je wel en niet kunt doen suggereert dat er een duidelijke scheidslijn is tussen wat zinvol is en wat niet. Maar in de praktijk zijn de meeste grenzen vaag. Geen probleem, zegt Haring, je standaardiseert wat eenvoudig is en de rest los je ad hoc op. Bovendien kan inefficiëntie kwaliteit aan het leven geven. Zo neemt hij de hele zondagmiddag om te koken, terwijl dat natuurlijk best sneller zou kunnen om tijd over te houden voor andere zaken. Hoeft niet, zegt Haring. Best fijn, en heeft wel wat.
Een oud-collega van me ging daarin nog een stapje verder. Hij stelt dat als er binnen een activiteit geen ruimte is voor neuspeutertijd, het nooit echt iets kan worden. Neuspeuteren, niksdoen, een beetje om de hete brij lopen. Voor hem staat dat model voor de grondhouding altijd tijd te willen vinden om zaken te laten bezinken. Wie stilstaat, kan rustig om zich heen kijken en het landschap overzien. Waar zijn we eigenlijk, wat doen we hier? Is iedereen wel meegekomen, slepen we niet teveel ballast mee? Dankzij neuspeutertijd loopt geen enkel project van hem gierend uit de rails, holt niemand zichzelf en collega's voorbij in het streven om iets te bereiken waarvan het doel al lang niet meer is bijgesteld. Dan zien we hem met boek, blad of mp3-speler ergens zitten, beetje bladeren, beppen, koffie. Aan de buitenkant niet te zien dat hij het druk heeft, of zelfs maar met iets bezig is. Het onzichtbare verschil tussen 'doing things' en 'getting things done'.
Natuurlijk weten we dat allemaal wel. Des te opmerkelijk is het dat je dit gegeven niet terugziet in modellen die de efficiëntie willen bevorderen. Waar is de N in SMART? In de PDCA cyclus? Wie schrijft er bewust uren op? Wie durft halverwege een traject voluit te zeggen dat hij nog niet zo zeker is dat we op de goede weg zijn? Er rust nog steeds een taboe of twijfel, en op uren die ogenschijnlijk opgaan aan niets. Lummelen, neuspeuteren, mijmeren en dagdromen passen niet goed in ons beeld van effectief werken. Inmiddels maakt het Nieuwe Werken een onstuitbare opmars door. Waar ik nu vooral benieuwd naar ben, is hoe al die solitaire werkers hun werktijd inschatten. Schrijven ze ogenschijnlijk verloren tijd op projecten? Bannen ze niet-productiviteit rigoreus uit? Kan er iets bestaan als Neuspeuteren 2.0?
LINKS
* Het efficiency-denken van Taylor...
* Neuspeuteren kost de economie 25 miljoen euro...
woensdag 16 maart 2011
Communiceren door stilte
……………………………………………………………………………………………
Om gepast met dit onderwerp van start te gaan, ben ik hierboven begonnen met een zin stilte.
Stilte is afwezigheid van geluid, dus het lijkt logisch dat je in een stil moment weinig zinvols kunt vertellen.
Dat is natuurlijk niet waar: ook met een veelzeggend gebaar, een vriendelijke knipoog of een verbaasd gezicht zeg je wel degelijk iets.
In onze hectische samenleving zijn mensen vaak bang om stiltes te laten vallen. Het lijkt dan of je niet in staat bent richting aan een gesprek te geven, met soms overhaaste, plichtmatige of overbodige reacties als gevolg. Een interessant onderwerp is, hoe je bewust functionele stiltes voor je kunt laten werken. Check bijgaande video van eh.. Player Supreme van Zenmack.com, waarvan op het net een aantal video’s circuleren rond de Kunst van het Daten, ofwel op effectieve wijze proberen een vriend/vriendin op te doen: iemand versieren dus. In zijn Conversation Class voert hij interessante argumenten aan voor het bewust laten vallen van een paar momenten stilte voor je ergens op reageert. Hij stelt: “Een korte pauze van drie tot vijf seconden is een krachtig instrument in een gesprek, waarmee je drie doelen bereikt.”
Een: Je loopt niet het risico de ander in de rede te vallen, mocht die toevallig net even adem moeten halen om verder te kunnen gaan. Twee: Je laat de ander merken dat je stilstaat bij diens inbreng, in plaats van plomp met je reactie binnen te vallen. Drie: De ruimte die je krijgt door niet direct van wal te steken, geeft je de mogelijkheid om je een beter beeld te vormen van wat de ander nu precies gezegd heeft. Zodat je daar veel gerichter op kunt reageren.
Vervolgens geeft hij aan wat voor soort reactie dan het effect kan versterken: door de ander te vragen om een toelichting, met open vragen die uitnodigen tot praten. Grappig toch, die aloude trucs om nader tot elkaar te komen. Basisgedrag dat net zo gemakkelijk werkt in een verkoopgesprek, in onderwijs en elke setting waarin mensen elkaar willen overtuigen. Creëer rust in het gesprek, geef iemand de ruimte, stel vragen zodat iemand zich op zijn gemak voelt. Het kan zo simpel zijn. Het werkt zo goed.
Om stil van te worden.
Om gepast met dit onderwerp van start te gaan, ben ik hierboven begonnen met een zin stilte.
Stilte is afwezigheid van geluid, dus het lijkt logisch dat je in een stil moment weinig zinvols kunt vertellen.
Dat is natuurlijk niet waar: ook met een veelzeggend gebaar, een vriendelijke knipoog of een verbaasd gezicht zeg je wel degelijk iets.
In onze hectische samenleving zijn mensen vaak bang om stiltes te laten vallen. Het lijkt dan of je niet in staat bent richting aan een gesprek te geven, met soms overhaaste, plichtmatige of overbodige reacties als gevolg. Een interessant onderwerp is, hoe je bewust functionele stiltes voor je kunt laten werken. Check bijgaande video van eh.. Player Supreme van Zenmack.com, waarvan op het net een aantal video’s circuleren rond de Kunst van het Daten, ofwel op effectieve wijze proberen een vriend/vriendin op te doen: iemand versieren dus. In zijn Conversation Class voert hij interessante argumenten aan voor het bewust laten vallen van een paar momenten stilte voor je ergens op reageert. Hij stelt: “Een korte pauze van drie tot vijf seconden is een krachtig instrument in een gesprek, waarmee je drie doelen bereikt.”
Een: Je loopt niet het risico de ander in de rede te vallen, mocht die toevallig net even adem moeten halen om verder te kunnen gaan. Twee: Je laat de ander merken dat je stilstaat bij diens inbreng, in plaats van plomp met je reactie binnen te vallen. Drie: De ruimte die je krijgt door niet direct van wal te steken, geeft je de mogelijkheid om je een beter beeld te vormen van wat de ander nu precies gezegd heeft. Zodat je daar veel gerichter op kunt reageren.
Vervolgens geeft hij aan wat voor soort reactie dan het effect kan versterken: door de ander te vragen om een toelichting, met open vragen die uitnodigen tot praten. Grappig toch, die aloude trucs om nader tot elkaar te komen. Basisgedrag dat net zo gemakkelijk werkt in een verkoopgesprek, in onderwijs en elke setting waarin mensen elkaar willen overtuigen. Creëer rust in het gesprek, geef iemand de ruimte, stel vragen zodat iemand zich op zijn gemak voelt. Het kan zo simpel zijn. Het werkt zo goed.
Om stil van te worden.
LINKS
* Maak effectief gebruik van stiltes (Frank van Marwijk)...
* Maar... hoe klinkt stilte eigenlijk?...
maandag 7 februari 2011
Balanceeract
Je ziet het niet op het eerste gezicht.
Terwijl het toch zo'n vertrouwd beeld is, in feite. Hiernaast staat een
kaart van de wereld, alleen niet volgens een gezichtspunt waarop we er al jaren naar kijken. Met Antarctica onderaan in beeld, en de Noordpool zo'n beetje in het midden.
Verrassend hoe het dan opeens lijkt dat Australië op de kop staat, en Afrika dreigt te kantelen. Onzin natuurlijk, want er verandert niets aan de werkelijkheid in beide continenten. Er verschuift geen stoel, geen mens neemt plots de verkeerde afslag.
Deze wereldkaart komt van Rem Koolhaas, en is te vinden in het onderzoeksrapport dat zijn bureau samen met WNF en Ecofys onlangs presenteerde. Voor een nieuwe kritische blik op hoe we met de aarde omgaan, veranderden ze van gezichtspunt. Waarom zouden Noord- en Zuidpool ook boven- en onderkant moeten zijn? De nieuwe kijk sluit beter aan op de samenhang van onze wereld. Zo projecteerden de onderzoekers op de kaart de wereldenergie waardoor dat een enkel netwerk lijkt. Een mooi vertrekpunt om gekieteld te worden om mee te denken in nieuwe oplossingen rond de duurzaamheid van ons bestaan.
Het is een klassiek gegeven in de communicatie: wil je ergens aandacht op vestigen, doe dat eens vanuit een verrassend ander gezichtspunt. Dat triggert de geest, prikkelt letterlijk de fantasie en brengt nieuwe ideeën voort. Andersom denken, als verplichte kost voor de creatieve kenniswerkers van de 21e eeuw. Activerende didactiek voor het brein. Didactiek, in de zin van een situatie creëren waarin nieuw inzicht kan ontstaan. Zonder garantie dat er ook echt wat uitkomt natuurlijk. Want als je verwacht dat anderen zich openstellen voor nieuwe inzichten, dan moet je dat ook zelf kunnen doen. Wel zo eerlijk.
Die afbeelding met dat centrale wereldstroomnetwerk, u ziet hem links. Het eerste dat ik erin zie, is een soort bodybuilding ballerina die een evenwichtsact opvoert op een klein bolletje, zie onder. Een associatie die natuurlijk prima aansluit bij het doel van het onderzoek om de kwetsbaarheid van onze voornaamste bron van bestaan voor het voetlicht te krijgen.
Zou Koolhaas dat er zelf ook al in gezien hebben?
LINKS
* Bekijk het rapport van Koolhaas.
* Denk zelf ook eens andersom.
maandag 31 januari 2011
Een goed gesprek
Het meest bijzondere dat wij mensen kunnen doen is anders worden.
We kunnen allerlei omstandigheden aan door ons een beetje aan te passen, door nieuw gedrag te ontwikkelen, door nieuwe inzichten op te doen. Anders gezegd: we kunnen leren. Kunnen leren is een fantastische kwaliteit waarmee je constant je horizon kunt verruimen. Voor een lerend mens als u en ik is het leven een neverending goudmijn die ons rijker en rijker maakt. Rijk aan inzicht, rijk aan inspiratie.
We leren het meeste van anderen mensen. Het mooie daarbij is, dat het woord leren zowel betekent het zelf verwerven van kennis en vaardigheden, als het vermogen om dat aan anderen over te dragen. Leren is tweerichtingsverkeer. Een conversatie met hoor en wederhoor, uitwisseling.
Van een goed gesprek worden beide gesprekspartners wijzer. Niets is daarom belangrijker dan een goed gesprek kunnen voeren, open staan voor wat anderen kunnen inbrengen. Toch blijkt dat in de praktijk vaak bitter moeilijk. Blokkades, onuitgesproken verwachtingen, slechte vragen, subtiliteiten die in verbaal geweld ten onder gaan.
Een goed gesprek kunnen voeren: gespreksstof genoeg.
De kunst van het converseren...
.. in Engeland organiseerden ze in het kader van 'the Art of Conversation' een busreis waarbij je voor de verandering eens niet zwijgzaam naast elkaar zit de hele rit, maar het gesprek volop aangaat. Want uit elk gesprek valt wat te halen. Als je maar wilt!
We kunnen allerlei omstandigheden aan door ons een beetje aan te passen, door nieuw gedrag te ontwikkelen, door nieuwe inzichten op te doen. Anders gezegd: we kunnen leren. Kunnen leren is een fantastische kwaliteit waarmee je constant je horizon kunt verruimen. Voor een lerend mens als u en ik is het leven een neverending goudmijn die ons rijker en rijker maakt. Rijk aan inzicht, rijk aan inspiratie.
We leren het meeste van anderen mensen. Het mooie daarbij is, dat het woord leren zowel betekent het zelf verwerven van kennis en vaardigheden, als het vermogen om dat aan anderen over te dragen. Leren is tweerichtingsverkeer. Een conversatie met hoor en wederhoor, uitwisseling.
Van een goed gesprek worden beide gesprekspartners wijzer. Niets is daarom belangrijker dan een goed gesprek kunnen voeren, open staan voor wat anderen kunnen inbrengen. Toch blijkt dat in de praktijk vaak bitter moeilijk. Blokkades, onuitgesproken verwachtingen, slechte vragen, subtiliteiten die in verbaal geweld ten onder gaan.
Een goed gesprek kunnen voeren: gespreksstof genoeg.
De kunst van het converseren...
.. in Engeland organiseerden ze in het kader van 'the Art of Conversation' een busreis waarbij je voor de verandering eens niet zwijgzaam naast elkaar zit de hele rit, maar het gesprek volop aangaat. Want uit elk gesprek valt wat te halen. Als je maar wilt!
Abonneren op:
Posts (Atom)









